De artiestenregeling

Over artiesten

De artiestenregeling

Bijzondere regeling voor (opdrachtgevers van) artiesten
Een uitgebreide beschrijving vind je in de Handleiding Artiestenregeling (voor organisatoren) van de VNPF en All Arts Belastingadviseurs uit september 2018, die je hier kunt downloaden.

Veel landen, waaronder Nederland, kennen een speciale regeling voor optredens van artiesten, die er kortgezegd op neer komt dat er (ook) in het land waarin wordt opgetreden sprake kan zijn van belastingheffing (inclusief sociale premies). Ook de belastingdienst heeft een aparte handleiding over de artiestenregeling geschreven, die je hier kunt downloaden. Weliswaar wekt deze de indruk alleen voor het jaar 2015 bedoeld te zijn, maar op de website van de belastingdienst staat ook aangegeven dat deze tevens voor de jaren 2016 tot en met 2018 geldt (en naar wij aannemen inmiddels ook voor 2019 en 2020). Omdat de daarin genoemde Verklaring arbeidsrelatie (VAR) inmiddels is afgeschaft is dat gedeelte van die handleiding niet meer van kracht. In plaats daarvan mag er momenteel met door de belastingdienst goedgekeurde model-overeenkomsten worden gewerkt. Letterlijk schrijft de belastingdienst hierover:

De handleiding voor 2015 geldt ook voor 2016, 2017 en 2018
Er is geen ‘Handleiding artiesten- en beroepssportersregeling’ voor 2016, 2017 en 2018. U kunt de handleiding voor 2015 ook voor 2016, 2017 en 2018 gebruiken, met uitzondering van de informatie over de Verklaring arbeidsrelatie (VAR). Met de wet DBA is de VAR is vervangen door modelovereenkomsten. Kijk voor meer informatie over de wet DBA op belastingdienst.nl/dba.

LET OP:
De wet DBA is nog volop onderwerp van discussie, en zal op zijn vroegst in 2020 nader worden ingevuld. Onderstaande beknopte toelichting op de artiestenregeling is bovendien alleen van toepassing op binnenlandse artiesten, dat wil zeggen artiesten die voor de inkomstenbelasting onder de Nederlandse belastingdienst vallen.

Uitzonderingen
Vroeger was er sprake van duidelijke criteria waaraan werd getoetst of iemand wel of niet als werknemer van zijn opdrachtgever moest worden aangemerkt. Vooral het antwoord op de vraag of er sprake was van een zogeheten gezagsverhouding was daarbij bepalend.
Voor de arbeidsverhouding van veel artiesten (met uitzondering van degenen met een normaal dienstverband, bijvoorbeeld musici bij een orkest) bood dat echter geen soelaas, omdat zij in veel gevallen zelf bepalen hoe zij hun optreden invullen. Om die reden werd in de wet een speciale regeling opgenomen die er kortgezegd op neerkomt dat ook degene die loon aan een artiest uitkeert zich moet houden aan de verplichtingen op het terrein van de loonbelasting en sociale premies zoals die gelden voor normale werkgevers.
Hierop zijn echter verschillende uitzonderingen van toepassing:
1.) optredens ter gelegenheid van privé-omstandigheden van de opdrachtgever;
2.) de gage wordt uitbetaald aan een bandleider, artiestenbureau, impresariaat o.i.d. met een inhoudingsplichtigenverklaring;
3.) optredens waarbij de artiest schriftelijk heeft verklaard zelf de verantwoordelijkheid te dragen voor de belastingafdracht.

Loonadministratie
Maar wanneer geen van deze drie uitzonderingen van toepassing is leidt dat er in veel gevallen toe dat de opdrachtgever over de uitbetaalde gage bovendien zogeheten loonheffing (loonbelasting en sociale premies) aan de belastingdienst moet afdragen. Ook moet er een loonadministratie worden bijgehouden, waarvoor de belastingdienst de zogeheten Gageverklaring artiesten heeft ontwikkeld, en een kopie van paspoort of ID-bewijs van de artiest worden bewaard. Van de uitbetalingen aan artiesten moet bovendien iedere maand een aangifte bij de belastingdienst worden ingediend.
Of de opdrachtgever over de uitbetaalde gage ook daadwerkelijk loonheffing verschuldigd is hangt mede af van de door de artiest ingevulde bedragen op de gageverklaring: tot een bedrag van maximaal €  163,= per optreden kan hij of zij er namelijk voor kiezen daar geen loonheffing over te laten afdragen: deze mogelijkheid wordt de kleine-vergoedingsregeling genoemd.