BTW: de kleine ondernemersregeling (KOR)

De kleine-ondernemersregeling (KOR) voor de BTW
Over je omzet moet je als ondernemer normaalgesproken omzetbelasing (=BTW) afdragen, maar de BTW die is inbegrepen in je uitgaven mag je daarvan eerst weer aftrekken. Rolt hier een negatief bedrag uit – bijvoorbeeld omdat een groot deel van je omzet belast is met het lage BTW-tarief van 6% – dan krijg je dat bedrag van de belastingdienst uitgekeerd. Een positief bedrag – je hebt meer BTW ontvangen dan betaald – ben je aan de belastingdienst verschuldigd.
Maar wanneer de BTW die je over een heel kalenderjaar verschuldigd bent minder is dan €  1.883,= kun je gebruik maken van de zogeheten kleine-ondernemersregeling (KOR). Deze regeling heeft niets te maken met je lichaamslengte, maar wel met je ondernemingsvorm: eenmanszaak, vennootschap onder firma (v.o.f.) of maatschap. Bedrijfsvormen die een zogeheten rechtspersoon zijn zoals de BV, stichting of vereniging mogen deze regeling dus niet toepassen.

De kleine-ondernemersregeling moet worden toegepast per kalenderjaar. Er  zijn dan 4 situaties denkbaar:

1. je hebt recht op een teruggave; die teruggave krijg je gewoon van de belastingdienst uitgekeerd;
2. je bent over een heel jaar meer dan €  1.883,= BTW verschuldigd; je moet dat bedrag volledig aan de belastingdienst overmaken;
3.  je bent over een heel jaar minder dan €  1.345,= BTW verschuldigd; op grond van de kleine-ondernemersregeling krijg je dat bedrag van de belastingdienst cadeau: je hoeft dus niets af te dragen, maar vanzelfsprekend telt dit kwijtgescholden bedrag wel mee als extra winst in de jaarrekening van je onderneming;
4. het af te dragen bedrag is meer dan € 1.345,= maar minder dan €  1.883,= ; is dit het geval dan ben je, naarmate het bedrag dichter bij de €  1.883,= komt, een steeds groter bedrag aan BTW ook daadwerkelijk verschuldigd. Het gedeelte van de BTW dat je niet hoeft af te dragen wordt namelijk berekend met behulp van de volgende formule: X = 2,5x (€  1883,= min Y); waarbij X het niet af te dragen deel van de BTW is, en Y de uitkomst van de BTW over je omzet minus de BTW over je kosten. Bijvoorbeeld: de BTW over je omzet is € 2.000,= en je hebt €  417,= BTW uitgegeven. De formule wordt dan: X = 2,5x (€ 1.883,= minus € 1.583,=). Je mag dan dus 2,5x € 300,= houden, oftewel €  750,= maar moet €  833,= afdragen.

In deze vierde variant treedt er een akelig hefboomeffect op, wat je met tijdig en nauwkeurig rekenwerk soms kunt voorkomen. Want misschien heb je de mogelijkheid om eerder nog bepaalde extra uitgaven te doen, of om even tot volgend jaar te wachten met het sturen van een rekening naar een klant.
Tot slot: de kleine-ondernemersregeling wordt berekend per kalenderjaar. Doe je ieder kwartaal of zelfs iedere kalendermaand BTW-aangifte, dan mag je op die aangiften alvast een voorschotje nemen op de verwachte uitkomst over het hele kalenderjaar. Op de laatste aangifte van het jaar trek je dat dan netjes recht.