Recent nieuws


Recent nieuws

Afschaffing VAR uitgesteld tot 1 april 2016
Op 19 oktober 2015 heeft de staatssecretaris van Financiën laten weten het afschaffen van de VAR nogmaals uit te stellen, ditmaal tot 1 april 2016. Want gebleken is inmiddels dat de invoering van de wet die ervoor in de plaats komt, de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (WDBA) toch nogal wat voeten in aarde heeft.
De geldigheidsduur van de VAR’ren voor 2014 was al met met een jaar verlengd, en wordt nu dus zelfs uitgebreid tot 1 april 2016. De rest van het jaar 2016 wordt een soort overgangsjaar, maar wat daaronder precies verstaan moet worden is ons nog niet duidelijk.
Wel zijn inmiddels de eerste voorbeeldovereenkomsten door de belastingdienst goedgekeurd, en digitaal gepubliceerd op de website van de belastingdienst.
Een aantal belangenorganisaties voor artiesten heeft in eendrachtig overleg twee voorbeeldovereenkomsten voor de artiestensector ontwikkeld, en ook die konden de goedkeuring van de belastingdienst wegdragen.
Zie: voorbeeldovereenkomst – artiestenregeling individueel
En: voorbeeldovereenkomst – artiestenregeling gezelschap
Ook voor docenten in het kunst- en cultuuronderwijs is inmiddels een voorbeeldovereenkomst beschikbaar: voorbeeldovereenkomst – docent kunst- en cultuureducatie
De lijst met goedgekeurde voorbeeldovereenkomsten op de website van de belastingdienst zal naar verwachting de komende tijd nog flink aanzwellen; er staan namelijk nu al hele bijzondere beroepen tussen, zoals coördinerend stralingsdeskundige.
(28-10-2015)

Afschaffing VAR per 1 januari 2016?
Per 1 januari 2016 wordt de VAR (Verklaring Arbeids Relatie) naar verluidt alsnog afgeschaft. Een eerder voorstel van staatssecretaris Wiebes van Financiën, waarin de VAR vervangen zou worden door de zogeheten BGL (Beschikking Geen Loonheffingen) ontmoette veel kritiek. In plaats daarvan heeft de Tweede Kamer echter inmiddels een alternatief voorstel aangenomen. Wat behelst dit nieuwe plan?
Sinds september 2015 kunnen zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers een overeenkomst vooraf laten beoordelen door de belastingdienst. Op basis daarvan gaat de belastingdienst dan beslissen of er sprake is van werkzaamheden als zelfstandige of als werknemer. Is de opdrachtnemer geen werknemer dan hoeft de opdrachtgever geen loonbelasting in te houden en geen premies voor de sociale verzekeringen af te dragen, is de opdrachtnemer wel werknemer dan moet de werkgever wel loonbelasting en sociale-verzekeringspremies afdragen. Bovendien kan er in het laatste geval sprake zijn van een verplichte pensioenverzekering, ontslagbescherming enzovoort.
In dit nieuwe plan worden de beoordeelde overeenkomsten zoveel mogelijk openbaar gemaakt via de website van de belastingdienst. Dit biedt andere opdrachtgevers en opdrachtnemers de mogelijkheid om, zeker binnen dezelfde sector, diezelfde of vergelijkbare overeenkomsten af te sluiten. Overigens gaat de belastingdienst ook zelf modelovereenkomsten ontwikkelen en publiceren via de eigen website.
Allerlei branche-organisaties zijn inmiddels bezig met het opstellen van (model)overeenkomsten, om die vervolgens aan de belastingdienst voor te leggen. Enerzijds moet daaruit zo duidelijk mogelijk blijken wat de omstandigheden zijn waaronder wordt gewerkt. Anderzijds is natuurlijk van belang dat de werkelijke situatie in overeenstemming is met de beschrijving in de overeenkomst; vooral dit laatste lijkt ons een zwakke plek te zijn, waardoor er achteraf toch nog onenigheid met de belastingdienst kan ontstaan.
Staatssecretaris Wiebes van Financiën (VVD) heeft er onlangs bij de Eerste Kamer op aangedrongen om dit voorstel uiterlijk op 27 oktober 2015 te behandelen, omdat hij voorziet dat er anders hopeloos weinig tijd overblijft om dit voorstel nog per 1 januari 2016 in te voeren.
(08-10-2015)

Behandeling wetsontwerp BGL (Beschikking Geen Loonheffing) uitgesteld
In september 2014 presenteerde staatssecretaris Wiebes zijn langverwachte wetsontwerp voor een opvolger van de VAR: de BGL (Beschikking Geen Loonheffing). Het voorstel ontmoette direct veel kritiek uit diverse richtingen, maar belandde desondanks ongewijzigd op de agenda van de Tweede Kamer voor 20 januari 2015. Die bespreking in de Tweede Kamer is echter niet doorgegaan, omdat de staatssecretaris bij nader inzien zijn wetsvoorstel toch opnieuw wil bekijken en aanpassen aan de geleverde commentaren.
(21-01-2015)

Van VAR naar BGL (?)
In september 2014 presenteerde de Staatssecretaris van Financiën zijn langverwachte plannen voor een opvolger van de Verklaring Arbeidsrelatie(VAR). In dit voorstel wordt de VAR vervangen door de zogeheten BGL (Beschikking Geen Loonheffing).
De belangrijkste reden voor deze nieuwe regeling is dat er, met behulp van de VAR, in een aantal arbeidsrelaties sprake is van van zogeheten ‘schijnzelfstandigheid’: iemand presenteert zichzelf met behulp van een VAR als zelfstandige, terwijl er feitelijk maar voor één opdrachtgever wordt gewerkt en er ook anderszins in feite van zelfstandig ondernemerschap geen sprake is. Veel vragen in het aanvraagformulier voor een VAR betreffen namelijk de verwachtingen voor de toekomst, en de speelruimte die dat biedt leent zich uiteraard voor een onjuiste voorstelling van zaken.
Daarentegen heeft het wetsvoorstel voor de BGL ook al de nodige kritiek ontvangen, om te beginnen van de Raad van State (het adviesorgaan van het kabinet), maar bovendien van zowel de organisaties van werkgevers als werknemers. Men vraagt zich met name af of  het probleem van die ‘schijnzelfstandigheid’ eigenlijk wel zo groot is als de staatssecretaris het doet voorkomen.

Essentieel in de plannen voor de BGL is dat de opdrachtgever een (beperkte) mede­verantwoor­delijkheid krijgt voor de correcte beoordeling van een aanvraag. Een aantal beweringen uit het aanvraagformulier worden als stellingen aan de opdrachtgever voorgelegd, bijvoorbeeld:
– Uw opdrachtnemer zorgt zelf voor gereedschappen, hulpmiddelen en materialen
– Als uw opdrachtnemer ziek is betaalt u niets door, u reserveert niets en u geeft geen toeslag voor vakantiedagen
– De opdrachtnemer kan de werkzaamheden zonder uw toestemming door iemand anders laten uitvoeren
– Uw opdrachtnemer kan zelf de werktijden bepalen en hoeft zich ook niet te houden aan bloktijden
Om deze nieuwe aanvraagprocedure in goede banen te leiden is er een zogeheten webmodule in ontwikkeling, wat ook technisch waarschijnlijk nog een stevige klus is. Om toegang tot die webmodule te krijgen is, althans voor aanvragers, een zogeheten DigiD vereist, hoe de opdrachtgevers er vervolgens ook toegang toe krijgen is nog onduidelijk.
Bij artiesten lijkt bovendien het criterium dat zij hun werkzaamheden zonder toestemming door iemand anders kunnen laten uitvoeren niet realistisch.
(30-10-2014)

Verlenging geldigheid Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) 2014 > 2015
Al een aantal jaren wordt de belastingdienst overstelpt met VAR-aanvragen. Er worden er jaarlijks meer dan 500.000 afgegeven, waardoor de inhoudelijke beoordeling van deze aanvragen er nogal bij inschiet. Het gevolg daarvan is dat ook zogeheten ‘schijnzelfstandigen’ zonder veel moeite een VAR-wuo (winst uit onderneming) krijgen, hoewel de regeling daar nu juist niet voor bedoeld was.
Al in 2012 is daarom besloten dat er een nieuwe aanvraagprocedure zou worden ingevoerd, een webmodule, waarbij ook de opdrachtgever een rol zou gaan spelen in de VAR-aanvraag. Oorspronkelijk zou deze webmodule in 2014 worden ingevoerd, maar inmiddels is duidelijk dat ook de  nieuwe ingangsdatum van 1 januari 2015 niet wordt gehaald. Een moeilijk onderdeel is vooral in hoeverre de opdrachtgever nu precies medeverantwoordelijkheid dient te dragen voor de juistheid van een VAR-aanvraag.
De Staatssecretaris van Financiën, Eric Wiebes, verwacht thans dat deze webmodule komend voorjaar alsnog kan worden ingevoerd. In verband daarmee is besloten dat een VAR die voor 2014 werd afgegeven ook in 2015 nog geldig is. Er worden dus niet meer, zoals in de afgelopen jaren, automatisch nieuwe verklaringen voor 2015 toegestuurd. Deze verlengde geldigheid geldt tevens voor de VAR 2014 van zelfstandigen die (nog) niet automatisch voor een nieuwe VAR 2015 in aanmerking zouden zijn gekomen.
Voor zelfstandigen  die voor 2015 (nog) geen VAR hebben aangevraagd is het daarentegen wel mogelijk om deze alsnog aan te vragen. Ook van zelfstandigen met een VAR bij wie sprake is van gewijzigde omstandigheden of voorwaarden in hun arbeidsrelatie verwacht de belastingdienst alsnog een nieuwe aanvraag voor 2015, maar dat is een regel die voorheen ook al bestond.
Mededeling voor klanten van ons kantoor: de belastingdienst stuurt inmiddels brieven rond, waarin bovenstaande tijdelijke regeling wordt uitgelegd. Uiteraard is het niet nodig om (een kopie van) die brief bij ons in te leveren.
(01-09-2014)